Verenigingsfokreglement Belgische Herdershond

Verenigingsfokreglement Belgische Herdershond

nvbh logo trans

Verenigingsfokreglement (VFR) voor de Nederlandse Vereniging voor
Belgische Herdershonden (NVBH).


1. ALGEMEEN
1.1. Dit reglement voor de NVBH, hierna te noemen de vereniging beoogt bij
te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras Tervuerense
herder, Groenendaeler, Mechelse herder en Laekense herder zoals
deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de
vereniging. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) is goedgekeurd door de
algemene ledenvergadering van de vereniging op 28 mei 2013. Inhoudelijke
aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met
instemming van de algemene ledenvergadering van de NVBH.

 

1.2.

Dit Verenigingsfokreglement (VFR) geldt voor alle leden van de NVBH
voor de Tervuerense herder, Groenendaeler, Mechelse herder en
Laekense herder, woonachtig in Nederland.

 

1.3.

Het bestuur van de vereniging verplicht zich, de door de Algemene
Vergadering van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch
Gebied in Nederland vastgestelde wijzigingen van het Kynologisch
Reglement (KR), die betrekking hebben op dit Verenigingsfokreglement,
terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde in artikel
1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene
ledenvergadering van de vereniging.
Dit ontslaat de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te
zijn en te blijven van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur
van de vereniging hier in gebreke blijft.

 

1.4.

Voor wat betreft de omschrijving van de in dit VFR genoemde definities
gelden de omschrijvingen zoals vastgelegd in het Huishoudelijk
Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van
Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

 

1.5.

Voor wat betreft de externe regelgeving gelden de regels zoals
vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch
Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied
in Nederland.

 

1.6.

Inschrijving van een nest in de Nederlandse stamboekhouding (NHSB)
door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland
vindt plaats conform de regels zoals vastgelegd in het Kynologisch Reglement.

 

2. FOKREGELS
Artikel VIII.2 KR in samenhang met regels van de vereniging.

 

2.1.

Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar
vader, haar broer, haar zoon of haar kleinzoon.

Pups, voortgekomen uit één van de genoemde combinaties, zullen niet
in het NHSB worden ingeschreven (Artikel VIII.2 KR en Artikel III.14 lid
1l KR)

Naast bovenstaande verwantschappen zijn ook de volgende
combinaties niet toegestaan:
Een teef mag niet gedekt worden door haar halfbroer. (Gelijke F generatie)

 

2.2. Herhaalcombinaties:
Dezelfde oudercombinatie is maximaal 2 maal toegestaan.

 

2.3. Minimum leeftijd reu:
De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste
18 maanden zijn.

 

2.4. Aantal dekkingen:
Een reu mag, zowel per jaar als in zijn hele leven een onbeperkt aantal
nesten voortbrengen.

Als geslaagde dekking geldt een dekking waaruit minimaal één levende pup
is voortgekomen en ingeschreven in het NSHB.

NB 1: in bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven
in het NHSB (artikel III.14 KR). Ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde
dekking.

NB 2: indien sperma wordt gebruikt van de reu voor kunstmatige inseminatie (KI), telt dit
mee als een “dekking.

 

2.5.Cryptorchide en monorchide:

Cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.

 

2.6. Gebruik buitenlandse dekreuen:
Wanneer een lid van de vereniging voor een dekking een niet in
Nederlands eigendom zijnde reu, welke wel staat ingeschreven in een
door de FCI erkende stamboekhouding, wil gebruiken dan moet deze
voldoen aan de gezondheidseisen zoals deze door de vereniging gesteld
worden.

Daar nog niet elk land dezelfde regels en/of normen hanteert, dient de
buitenlandse reu minimaal aan de volgende voorwaarden te voldoen:

 

a.

De reu moet zijn ingeschreven in een buitenlands stamboek van een
FCI land, of een land dat door de FCI is erkend, conform het
gestelde in artikel III.21 lid 2 KR;

 

b.

De uitslag van de in het betreffende land uitgevoerde
gezondheidsonderzoeken en de kwaliteit van het onderzoek dienen
vergelijkbaar te zijn met de onderzoeken zoals deze door de
vereniging in dit VFR zijn opgenomen

 

c.

Buitenlandse reuen moeten voldoen aan de exterieureisen van dit VFR.

 

2.7. Kunstmatige inseminatie (sperma van levende en/of overleden dekreuen):

Als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een nog in leven
zijnde of overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van
dit Verenigingsfokreglement alsof het een natuurlijke dekking van de
dekreu betreft.

 

3. WELZIJNSREGELS (Artikel VIII.1 KR)

 

3.1.

Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van
24 maanden heeft bereikt.

 

3.2.

Een teef, waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden
gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt.

 

3.3.

Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden
gedekt na de dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden heeft bereikt.

 

3.4.

Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar vijfde
nest is geboren.

 

3.5.

Tussen de geboortes van twee opeenvolgende nesten van dezelfde teef dient een termijn van minstens 12 maanden te zitten.

 

3.6.

vervallen

 

3.7.

De geboorte dient in principe een natuurlijk verloop te hebben. Indien de
geboorte van het nest voor de tweede maal operatief, door middel van een
keizersnede (sectio caesarea), heeft plaats gevonden mag de teef niet
verder meer voor de fokkerij worden gebruikt.

 

3.8.

Aan een fokker, woonachtig op één adres, kan goedkeuring worden
verleend voor maximaal 6 nesten in twee opeen volgende jaren met
een maximum van vier nesten per jaar. Indien in een jaar voor vier
nesten goedkeuring is verleend, wordt er in een opvolgend jaar
maximaal voor twee nesten goedkeuring verleend.

 

4. GEZONDHEIDSREGELS

 

4.1. Gezondheidsonderzoek (screening) ouderdieren:

Preventieve screening van ouderdieren moet, als het gaat om HD
onderzoek, ED onderzoek, oogonderzoek en doofheidonderzoek,
plaatsvinden door deskundigen die erkend zijn door de Raad van Beheer
conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opgestelde
en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.

 

4.2. Verplicht screeningsonderzoek.
Op basis van wetenschappelijk onderzoek zijn geen gezondheidsproblemen binnen
het ras vastgesteld. In het kader van de preventie van erfelijke afwijkingen moeten de
ouderdieren vóór de dekking worden onderzocht op:
- Heupdysplasie.

 

4.2.1

Het onderzoeksrapport dient voor of op de dag van de dekking
te zijn afgegeven. De ouderdieren dienen op de datum van het onderzoek
een leeftijd van minimaal twaalf (12) maanden te hebben. Alleen honden
met de Heupdysplasie uitslag A of B kunnen voor de fokkerij worden
ingezet (en: honden met de Nederlandse kwalificatie negatief en Tc).

 

4.2.2.

ED onderzoek voor de Laekense Herder is wenselijk

 

4.3. Aandoeningen:
Met honden die lijden aan een of meerdere onderstaande aandoeningen mag
niet worden gefokt

- Heupdysplasie, HD C of slechter (zie 4.2.1)
- Epilepsie

 

4.3.1

Er mag niet gefokt worden met honden die ziek zijn en of lijden tgv een
erfelijke aandoening of een aandoening waarvan vermoed wordt dat deze
een erfelijke grondslag kent.

 

4.4. Diskwalificerende fouten:
Met honden, die volgens de rasstandaard, diskwalificerende fouten
hebben, mag niet worden gefokt. Diskwalificerende fouten worden
vastgesteld door, door de NVBH en/of Raad van Beheer erkende
keurmeesters voor artikel 5.2 en artikel 7.2 van dit VFR.

 

4.5. Gezondheidsonderzoek:
De fokker meldt gezondheid of gedragsproblemen van honden die bij hem
in bezit zijn of door hem gefokt zijn aan de FTC. De fokker zal actief
meewerken aan enquêtes en onderzoek. De fokker zal zijn puppykopers
stimuleren problemen te melden en aan enquêtes en aan onderzoek van
de NVBH mee te werken.

 

5. GEDRAGSREGELS

 

5.1 Karaktereisen

Beide ouderdieren moeten voldoen aan de
karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.

 

5.2 Gedragstest:
Beide ouderdieren moeten vóór de eerste dekking met goed gevolg de door de
NVBH erkende gedragstest te hebben afgelegd.

 

5.2.1

Honden mogen geen diskwalificerend gedrag tonen

 

5.2.2

De gedragstest geldt voor honden geboren na 25 november 2002

 

5.2.3

De gedragstest geldt niet voor buitenlandse reuen.

 

6. WERKGESCHIKTHEID

 

6.1.

Voor dit ras is een verplichte werkgeschiktheidtest niet van toepassing.

 

7. EXTERIEURREGELS
7.1. Kwalificatie:
Beide ouderdieren moeten minimaal 2x hebben deelgenomen aan een door de Raad
van Beheer en/of FCI gereglementeerde CAC/CACIB expositie en daar op elke
expositie minimaal 1x de kwalificatie ZG en 1x de kwalificatie U hebben behaald
onder twee verschillende keurmeesters.

 

7.1.1

Als alternatief voor 7.1 geldt 7.2 en hierbij geldt dat de ouderdieren aan één
van beide artikelen dienen te voldoen. Het is dus mogelijk dat één van de
ouderdieren aan 7.1 voldoet en de ander aan 7.2.

 

7.2. Fokgeschiktheidskeuring:
Beide ouderdieren moeten minimaal 1 keer hebben deelgenomen aan een
fokgeschiktheidskeuring georganiseerd door de NVBH en daar minimaal de
kwalificatie "deelgenomen" hebben behaald.

 

7.2.1

Bij de fokgeschiktheidskeuring mogen geen diskwalificerende fouten worden
geconstateerd.

 

7.2.2

Indien een hond bij de fokgeschiktheidskeuring niet geschikt is bevonden dan is
het advies van de NVBH om met deze hond niet te fokken.

 

8. REGELS AFGIFTE PUPS, WELZIJN PUPS

 

8.1. Ontwormen en enten:
De fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de
pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de
dierenarts ingevuld en ondertekend Paspoort voor Gezelschapsdieren. De
pups dienen bij aflevering adequaat ontwormd te zijn en zij dienen
voorzien te zijn van een unieke ID transponder.

 

8.2. Aflevering pups:
De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 7
weken. Tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe
eigenaar moeten minimaal 7 dagen zitten.

 

8.3 Koopovereenkomst:
De verkoop van de pups zal schriftelijk worden vastgelegd door middel van
een koopovereenkomst.

 

9. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

 

9.1.

Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit
een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.

 

9.2.

Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die
zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben
plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te
zijn inbegrepen.

 

9.3.

In bijzondere gevallen kan de vereniging bij een besluit met betrekking
tot het toestaan van een bepaalde combinatie afwijken van dit VFR,
indien de belangen van het ras daardoor worden gediend. Een besluit
op basis van dit lid wordt met redenen omkleed naar de leden van de
vereniging gecommuniceerd.

 

9.4.

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur van
de NVBH.

 

9.5.

Fokkers dienen hun aanvraag te doen met behulp van het
Fokaanvraagformulier. Dit formulier dient compleet ingevuld en voorzien
van de benodigde kopieën opgestuurd of gemaild te worden naar het
aangewezen adres van de Fokkerij Toets Commissie. Indien de teef waar
de aanvraag voor bestemd is, eerder nesten heeft gehad, dient ook van
alle voorgaande nesten een nestmeldingsformulier te worden
meegezonden. De FTC is verplicht om de aanvraag binnen 4 weken
behandeld en verwerkt te hebben.

 

9.6.

Nestmelding: binnen een (1) jaar na de geboorte van het laatste nest
dient het compleet ingevulde nestmeldingsformulier naar de Fokkerij
Toets Commissie van de NVBH te worden gestuurd.

 

9.7.

Na melding van de geboorte kan de Fokkerij Toets Commissie een
nestcontrole uit laten voeren.

 

9.8.

Een fokker die het fokreglement overtreedt of bij een gegronde klacht
over de fokker kan door het bestuur van de NVBH een sanctie worden
opgelegd. De ernst en frequentie van de overtreding zal voor de zwaarte
van de sanctie bepalend zijn. Alle overtredingen van het fokreglement
kunnen gepubliceerd worden.

 

10 INWERKINGTREDING

 

10.1.

Dit Verenigingsfokreglement treedt in werking nadat het reglement is
goedgekeurd door het bestuur van de Raad van Beheer conform de artikelen 10 HR
en VIII. 5+ 6 KR.

Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de NVBH (Nederlandse
Vereniging voor Belgische Herders)
op 28-05-2013
vfr-handtekeningen

Verenigingsfokreglement Belgische Herdershond