Gedragstest

Uitvoering van de gedragstest
Na goedkeuring van een aantal wijzigingen door de ALV van 26-11-2007 ziet de gedragstest van de NVBH er als volgt uit:

1. Begroeting:gedragstest_1
* Aanmelding: De hond wordt door een medewerker op een wachtpunt voorzien van halsband en rolriem.
* Begroeting: Geleider en hond staan op een gemarkeerde plaats, worden door testmedewerker op twee meter benaderd en de hond wordt bij naam aangesproken (als de hond naar de medewerker toe gaat wordt deze geaaid). Medewerker gaat naar geleider toe en begroet eerst de geleider en vraagt wat informatie over de hond. Vervolgens wordt de hond begroet. Hier wordt samen met de geleider het chip- of tatoeagenummer gecontroleerd.
2. Spelen met de hond:
De geleider houdt de hond vast aan de riem en de medewerker daagt de hond uit tot spel met een bal of zachte bijtrol. De hond mag door geleider worden aangemoedigd.
3. Markt:
De geleider gaat met de hond op een gemarkeerde plaats staan en vijf medewerkers lopen kris kras rond de hond. Eén van de medewerkers heeft een plastic zak gevuld met geluid makende voorwerpen, waarmee in de buurt van de hond wordt geschud. Aan het eind van dit onderdeel komen de medewerkers rond de hond en geleider staan en praten met elkaar, zonder de hond aan te kijken. Daarna gaan drie medewerkers op ongeveer 7 meter rond de hond staan en sluiten op teken van de begeleider de hond in zonder de hond aan te kijken. Op teken van de begeleider (na 10 seconden) stappen de medewerkers achteruit weg.
4. Gezichtsprikkel met een vlag:
Vanuit verstek laten komen voor de hond, de hond komt voor een tweede keer bij dit verstek, de medewerker is weg en de vlag ligt op de grond.
5. Gezichtsprikkel met dreiging:
Dit bestaat uit een kruis op een plank, aangekleed met een jas en een pet. Dit geheel kan rijden en wordt met een touw recht naar hond en geleider getrokken. Deze blijven op een gemarkeerde plaats staan. Wanneer dit voorwerp ongeveer twee meter voor de hond is aangekomen, mag de geleider op aanwijzing van de testmedewerker voorbij lopen om de hond de kans te geven aan het voorwerp te ruiken. De geleider en hond lopen 10 meter door en lopen terug langs het voorwerp.
6. Geluidsprikkel:
De hond en geleider lopen een gemarkeerde plaats, waar een geluidsprikkel wordt gegeven. Dit kan een hoorn, een ketting of iets anders zijn.
7. Vereenzaming:
De geleider maakt de hond vast aan een haak en stelt zich uit het zicht op. De testleider wacht tot de hond rustig is en geeft een andere medewerker het teken om de hond vriendelijk en bij zijn naam aansprekend te begroeten en eventueel te betasten. Op het teken van de testleider komt de geleider terug. (De testleider kan bij paniek van de hond ingrijpen en dit onderdeel afbreken.)
8. Bedreiging:
* De geleider staat met een hond op een gemarkeerde plaats en laat de riem los hangen. De hond wordt door een medewerker bedreigd, deze komt eerst rustig en dan hard aanlopen met geschreeuw en dreiging met stok. De medewerker zal de hond tot ongeveer drie meter benaderen. Er is geen fysiek contact met de hond. Honden met een bewijs van een werkdiploma kan men op verzoek van de geleider op een mouw laten bijten. Daarna draait de medewerker zich rustig om en loopt weg.
* De medewerker die de onderdelen begroeting en spel heeft afgenomen komt naar de hond en de geleider toe, gaat rustig staan praten met de geleider en begroet de hond. Nu komt ook de medewerker die de hond heeft bedreigd er bij staan. Deze medewerker laat de hond met rust, maar de hond mag wel contact maken.
9. Schot:
Dit testonderdeel wordt gezamenlijk met maximaal vijf honden uitgevoerd. De honden worden met hun geleiders in een rij opgesteld. De honden dienen te staan op een afstand van 15 meter (VZH-norm) vanaf de plaats waar wordt geschoten. Er worden er twee schoten gelost (6 mm), waarna een hersteltijd van 10 seconden wordt aangehouden.

Gedragstestbeoordelinggedragstest_2
Het doel van de vereniging is onder meer om met honden te fokken die sociaal aanvaardbaar gedrag vertonen. De gedragstest is een middel om de mate van stabiliteit en sociabiliteit te kunnen meten. Door honden een test te laten afleggen krijgt men enig inzicht in de gedragingen van de hond.
Bij het fokken van Belgische Herdershonden streeft men naar het verkrijgen van stabiele honden, zoals omschreven in de rasstandaard. Sociaal onaanvaardbaar en ongewenst gedrag is agressie naar mensen, wanneer dit zonder provocatie gebeurt. Ook is overdreven angst en/of agressie volgens de rasstandaard een diskwalificerende fout.

1 Aanmelding / Begroeting: temperament / gedrag t.o.v. mensen
2 Spelen: temperament / gedrag t.o.v. mensen / gedrag t.o.v. voorwerpen
3 Markt: temperament / gedrag t.o.v. mensen / gedrag t.o.v. voorwerpen
4 Gezichtsprikkel: temperament / gedrag t.o.v. voorwerpen / gedrag t.o.v. geluiden
5 Gezichtsprikkel met dreiging: temperament / gedrag t.o.v. voorwerpen / gedrag t.o.v. geluiden
6 Geluidsprikkel: temperament / gedrag t.o.v. geluiden
7 Vereenzaming: temperament / gedrag t.o.v. mensen
8 Bedreiging:
a. temperament / gedrag t.o.v. mensen / gedrag bij bedreiging
b. temperament / gedrag t.o.v. mensen
9 Schot: temperament / gedrag t.o.v. het schot