Incidentie van maagcarcinomen bij de Nederlandse Tervuerens Herders

Incidentie van maagcarcinomen bij de Nederlandse Tervuerense herders geboren tussen 1991 en 2002
Danielle Lubbes en Erik Teske, Paul J.J. Mandigers 

Samenvatting
Doel
:
Het doel van dit onderzoek was om door middel van retrospectief onderzoek bij Nederlandse veterinaire pathologische laboratoria, specialisten interne genees kunde van gezelschapsdieren en fokkers aangesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Belgische Herdershonden, een inschatting te maken van de incidentie van maagcarcinoom bij de Nederlandse Tervuerense herder-populatie gedurende de afgelopen tien jaar. Tevens werd op basis van deze gegevens een erfelijkheidsgraad berekend.

Resultaten:
Er zijn 92 casuïstieken verzameld. De gemiddelde leeftijd van deze honden ten tijde van de diagnose was 9,5 ÷ 1,9 jaar. Van dieren die in de periode 1991 tot 2002 zijn geboren, leed 1,18 procent aan maagcarcinoom, wat hoger is dan kan worden verwacht bij een gemiddeld hondenras. De erfelijkheidsgraad is 0,09 ÷ 0,02. Mannelijke dieren lijken gepredisponeerd (P = 0,04).

Conclusie:
Maagcarcinoom lijkt bij de Nederlandse Tervuerense herder vaker voor te komen dan gemiddeld en heeft een erfelijke component. Mannelijke dieren lijken gepredisponeerd. 

Summary
Incidence of gastric carcinoma in Dutch Tervueren shepherd dogs born between 1991 and 2002 objective : The aim of this study was to estimate the incidence of gastric carcinoma in the Dutch Tervueren shepherd dog population in the last 10 years. To this end, a retrospective study was performed involving several Dutch veterinary pathology laboratories, veterinary specialists in internal medicine, and breeders of the Dutch Society for Belgian Shepherd dogs. Heritability was calculated on the basis of these data. resul ts : Ninety-two cases were collected. Mean age at the time of diagnosis was 9.5 ÷ 1.9 years. Of Tervueren dogs born in the period 1991 to 2002, 1.18% was diagnosed with a gastric carcinoma. This percentage is much higher than that reported for the whole dog population. Heritability (h) was 0.09 ÷ 0.02; male dogs were predisposed to gastric carcinoma (P=0.04). c on clusion : Dutch Tervueren shepherd dogs have a higher than average incidence of gastric carcinoma and the disease has a heritable component. Male dogs are predisposed.


Inleiding:
Tumoren van het gastro-intestinale stelsel komen relatief weinig voor en vertegenwoordigen minder dan 1 procent van alle tumoren bij gezelschapsdieren (5). Bij de hond komen in de maag met name de volgende tumoren voor: adenocarcinomen, maligne lymfomen, leiomyo(sarco)men en fibrosarcomen. Bij de kat wordt vooral het maligne lymfoom gezien en is het adenocarcinoom zeldzamer. Af en toe komen ook poliepen voor in de maag. Goedaardige maagtumoren worden bij honden vaker gezien dan bij katten, maar de meeste maagtumoren zijn maligne.
Bij de hond is het adenocarcinoom de meest voor komende maagtumor; dit type tumor behelst namelijk 60 tot 70 procent van de in de literatuur beschreven casuïstie ken. Het adenocarcinoom komt het meest voor bij honden met een leeftijd van zeven tot tien jaar. Mannelijke dieren lijken gepredisponeerd voor deze tumor (8, 9). Klinische verschijnselen worden pas evident als de tumor in een vergevorderd stadium is. Hierbij zijn vermagering, anorexie en braken met bloed de meest voorkomende verschijnselen. Chirurgische excisie is momenteel de enige potentieel curatieve methode (1). De effecten van chemotherapie zijn nog onbekend. Het adenocarcinoom groeit infiltratief en metastaseert vaak naar onder andere lymfeknopen, de lever of de longen (6, 8, 9). Doordat de klachten veroorzaakt door de tumor pas zo laat optreden, is chirurgische excisie bijna altijd moeilijk tot onmogelijk. Daarbij komt dat de tumor, die zich bijna altijd in de curvatura minor bevindt, puur technisch niet meer is te verwijderen omdat de bloed voorziening van de maag haar entree kent via de curvatura minor en chirurgische verwijdering van delen van de curvatura minor vaak resulteert in sterk geremde motiliteit van de maag. Dit alles maakt dat de prognose in de regel infaust is (8, 9). Endoscopie en het nemen van endosco pische biopten is de te prefereren diagnostische test, omdat hiermee bijna alle maagtumoren en eventuele andere mucosale ziekten kunnen worden vastgesteld. Histologisch onderzoek is noodzakelijk om een maagcarcinoom te kunnen diagnos ticeren (1, 5). Amerikaanse data vermeldt voor maag carcinoom een incidentie van 0,1 procent bij honden (4). Bij bepaalde rassen komt maagcarcinoom echter beduidend vaker voor. Eén van deze rassen is de Tervuerense herder (1-4). Andere rassen die worden genoemd zijn delangharige Schotse herder, Staffordshire, chow chow, shar pei, Groenendaeler en Mechelse herder (1, 4, 10).

maagkankerEen erfelijk verband voor maagcarcinoom bij de Tervuerense herder werd eerder al gesuggereerd op basis van Italiaans onderzoek (2, 3) en Amerikaans onderzoek (4, 6).Het doel van het huidige onderzoek was om door middel van retrospectief onderzoek bij Nederlandse veterinaire pathologische laboratoria, specialisten interne geneeskun de van gezelschapsdieren en fokkers aan gesloten bij de Nederlandse Vereniging voor Belgische Herdershonden ( nvbh ), een inschatting te maken van de incidentie van maagcarcinoom bij de Nederlandse Tervuerense herderpopulatie geboren tussen 1991 en 2002. Tevens werd op basis van deze gegevens een erfelijkheidsgraad berekend.


Materialen en methoden:
Door middel van retrospectief onderzoek bij Nederlandse veterinaire pathologische laboratoria, specialisten interne geneeskunde van gezelschapsdieren en fokkers aangeslo ten bij de nvbh , zijn cases van Tervuerense Herders met een maagcarcinoom geïdentificeerd. Als tijdsperiode is gekozen voor 1998 tot 2008.Er is informatie opgevraagd bij de volgende Nederland se veterinair pathologische laboratoria: Veterinair Pathologisch Diagnostisch Centrum (Utrecht), Gezondheids dienst voor Dieren (Deventer), Vetipath (Westervoort) en Valuepath (Hoensbroek). Bij hen werden gegevens opgevraagd van alle Tervuerense herders waarbij zij de laatste tien jaar maagcarcinoom hebben vastgesteld. Verder zijn er gegevens van Tervuerense herders met maagcarcinoom verzameld bij de volgende specialisten klinieken: Universiteitskliniek Gezelschapsdieren (Utrecht), Veterinair Specialistisch Centrum De Wagenrenk (Wageningen), Dierenarts Specialisten Amsterdam (Amsterdam) en Specialistengroep Gezelschapsdieren De Kompaan (Ommen). Aan hen werd gevraagd bij hoeveel Tervuerense herders zij een maagcarcinoom hebben gediagnosticeerd en op welke manier deze diagnose tot stand was gekomen. Tevens is er via de nvbh patiënten materiaal verzameld. Via de Raad van Beheer werden stamboomgegevens opgevraagd om erfelijkheidsonder zoek te kunnen uitvoeren.Van alle casuïstieken werden de volgende gegevens achterhaald: naam van de hond, jaar van diagnose, geboortedatum, leeftijd ten tijde van de diagnose, sekse, stamboeknummer en officiële naam, wijze van diagnose, naam van kliniek/laboratorium waar de diagnose is gesteld, identificatienummer bij de betreffende kliniek/ laboratorium en adresgegevens van de eigenaar.Voor het berekenen van de erfelijkheidsgraad werd gebruik gemaakt van het programma asreml (7). Verschillen in incidentie binnen en tussenfamilies (fenotypische variantie), gecorrigeerd voor geslacht en jaar van geboorte met behulp van een lineair model, werden opgesplitst in een genetische component en een residuele component. De erfelijkheidsgraad (h) werd vervolgens berekend door de genetische component te delen door de totale gecorrigeerde fenotypische variantie. De erfelijkheidsgraad geeft aan welk deel van de verschillen tussen dieren/families het gevolg is van verschillen in genetische aanleg tussen dieren/families. Het verschil tussen de geslachten werd getoetst met een F-test met 5903 vrijheidsgraden.


Resultaten Populatiebeschrijving:
Figuur 2. De leeftijd van de Nederlandse Tervuerense herders (n=80) ten tijde dat de diagnose maagcarcinoom gesteld werd.
maagkanker_grafiekIn totaal werden er 92 Tervuerense herders met de diagnose maagcarcinoom geïdentificeerd. Van vijftig honden was de afstamming bekend. 11 van de 92 casuïstieken zijn langer dan 10 jaar geleden gediagnosticeerd en vallen dus eigenlijk buiten het raam van de opgevraagde informatie. Deze honden zijn echter wel nuttig voor het berekenen van de erfelijkheid.
De diagnose maagcarcinoom is bij de gevonden casuïstieken op verschillende wijzen gesteld: bij 67 honden door middel van histologisch onderzoek, bij 16 honden op basis van het endoscopisch beeld (figuur 1), bij 2 honden op basis van klinische verschijnselen en bij 7 honden was de informatie over de diagnostiek niet meer te achterhalen.
Van tachtig honden is de leeftijd ten tijde van de diagnose exact bekend. De gemiddelde leeftijd van deze honden is 9,5 jaar ÷ 1,9 (gemiddelde ÷ standaarddeviatie) met een spreiding van 5 tot 15 jaar (zie figuur 2). Het gevonden percentage reuen met maagcarcinoom was significant hoger dan het percentage teven (55,4 procent reu, 44,6 procent teef; P=0,04).